Woordenlijst

Het zorgplan wordt gebouwd met behulp van een bepaalde methode. Die methode heet het Omaha System. Dat betekent dat er soms woorden worden gebruikt waarvan niet altijd direct duidelijk is wat er mee bedoeld wordt. Hieronder wordt uitgelegd wat ze betekenen. De woorden en begrippen staan op alfabetische volgorde. Als de uitleg niet voldoende is, vraag dan gerust je zorgverlener!

Acties

Tijdens een Zorgmoment doet de medewerker iets. Dat noemen we Acties.

  • Categorie Zie: Categorie
  • Actievlak Waar gaat de Actie over.
  • Werkinstructies Hier wordt beschreven hoe zorgverleners de Acties uitvoeren (hoe vaak, op welke manier, etc.)
  • Zorgomschrijving Hier wordt in de Acties beschreven wat zorgverleners precies gaan doen.

Assessment

Als je in zorg komt bij een thuiszorg instelling, stelt een wijkverpleegkundige vast hoe vaak en hoe lang je zorg nodig hebt. Om dit goed te kunnen doen zal ze komen praten en een aantal vragen stellen. Daarna legt ze op een standaard manier vast wat er aan de hand is en wat er aan zorg nodig is, zodat de zorgverzekeraar de zorg gaat vergoeden. Dit heet een Assessment.

Categorie

De manier waarop zorg of ondersteuning wordt gegeven. Dat zijn: ‘Advies, Instructie, Begeleiding’, ‘Behandelingen’, ‘Casemanagement’ en ‘Monitoring, Bewaking’

  • Advies, Instructie, Begeleiding Als een medewerker uitlegt hoe iets werkt, advies geeft of begeleiding, noemen we dat ‘Advies, Instructie, Begeleiding’.
  • Behandelingen Een Actie kan een duidelijke handeling zijn, helpen bij wassen bijvoorbeeld. Dit heet in het Zorgplan ‘Behandelingen’.
  • Casemanagement Betrekt een medewerker iemand anders bij de zorg, bijvoorbeeld een huisarts, fysiotherapeut of een mantelzorger, dan heet dat ‘Casemanagement’.
  • Monitoring, Bewaking Een Actie kan ook betekenen dat de medewerker alleen kijkt hoe het gaat op een bepaald gebied. Dat heet in het Zorgplan ‘Monitoring, Bewaking’.

Classificatie

In de Classificatie wordt bepaald of een Gebied nu speelt, dat noem je Actueel. Of dat het zou kunnen gaan spelen, dat noem je Potentieel. Dit is de Typering. In de Classificatie wordt ook bepaald of het Gebied alleen voor jou geldt, dat noem je Individueel. Als het Gebied ook voor anderen in je omgeving geldt, noem je dat Leefeenheid of Gemeenschap. Dit is het Bereik.

Doel

Wat wil je bereiken met de zorg, waar werk je naartoe. Zie ook: Scoreschaal.

Gebied

In het gesprek met de wijkverpleegkundige hebben jullie samen bedacht op welke vlakken je ondersteuning nodig hebt. Elk van die vlakken noem je Gebied.

Scoreschaal

In de scoreschaal wordt op een schaal van 1 – 5 per Gebied vastgelegd hoe ernstig de situatie is (Status), wat je zelf weet over dit Gebied (Kennis) en wat je zelf doet met dit Gebied (Gedrag). In het Doel wordt op dezelfde manier vastgelegd waar jullie naartoe willen werken. De Acties moeten helpen dit Doel te bereiken.

Zorgmoment

Met ‘Zorgmoment’ bedoelen we het bezoek van een medewerker.